Tijdens de herdenking op 4 mei klinkt in Den Helder ieder jaar een gedicht dat uitnodigt om stil te staan. Niet alleen bij het verleden, maar ook bij wat dat verleden vandaag nog van ons vraagt. In dit gedicht onderzoekt de stadsdichter hoe geschiedenis terugkeert, hoe gemakkelijk we wegkijken en hoeveel moed het vraagt om niet onverschillig te worden.
We zijn niet boos genoeg.
We spreken over vroeger alsof het over is,
alsof geschiedenis een lijn is
en wij ergens aan het einde
zijn beland. Nederland is vrij
en wij hoeven nooit meer bang te zijn.
Geschiedenis is geen lijn
en we zijn niet boos genoeg.
Vroeger cirkelt. Draait om haar as,
wat ooit was zal altijd ergens zijn.
Het verdwijnt niet met het verstrijken
van de tijd, het cirkelt wijder en wijder uit
om uiteindelijk terug te keren.
Maar we leren niet
en we zijn niet boos genoeg.
Vroeger raast als een wilde door steden
die weinig verschillen van deze
en de wereld kijkt mee, maar grijpt niet in.
En als het volk dan op drift raakt,
op de vlucht slaat, om hulp vraagt,
staat hier een menigte klaar
met een vlag en een lied dat nee zegt.
Het verband wordt niet gelegd.
We zijn niet boos genoeg
om de dubbele moraal, hetzelfde verhaal,
de herhaling van zetten, het gebrek aan verzet
tegen het vingerwijzen naar de Ander
als de schuld van alles dat er misgaat.
En we laten het gebeuren, want Nederland is vrij
en wij hoeven nooit meer bang te zijn.
We zijn niet boos genoeg.
En het vraagt moed om woedend te zijn,
een bast vol van liefde en onwrikbare hoop
om de loop der dingen recht te buigen. Luidruchtig
te zijn vanuit het zachtste stukje in je middenrif,
radicaal mild en menselijk te zijn.
Het is een lijn te trekken, de weerbarst
van een cirkel uit te strekken in de tijd
en die samen vast te houden.
Yanaika Zomer
Stadsdichter
Al 5.000 lezers ontvangen wekelijks updates.
Tips, evenementen en nieuwe plekken.
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.